Gezien worden
De afgelopen week verbleef ik samen met een oud-collega een paar dagen in de abdij van Egmond Binnen. Bij het begin van de avondmaaltijd op woensdag kwam de gastenbroeder naar me toe. Hij vroeg of ik met de abt wilde spreken. Als dat zo was, dan moest ik om half acht in de hal zijn. Ik dacht: waarom zou ik met de abt willen spreken? Voor alles wat ik nodig heb kan ik terecht bij de gastenbroeder. Ik kende de abt wel. Een jaar of vijftien geleden, toen hij nog gewoon één van de paters was, hadden we een paar keer met elkaar gepraat. Dat waren toen fijne gesprekken geweest, maar dat was al zo lang geleden… Toch dacht ik tijdens het eten: misschien wil hij míj́ wel spreken en is dit voor hem een manier om dat te vragen. Na de maaltijd ging ik daarom naar de gastenbroeder toe om te zeggen dat ik het toch wel wilde.
Ik stond in de hal te wachten, toen om klokslag half acht de abt naar beneden kwam. Samen gingen we een spreekkamer in. Meteen vroeg hij hoe het met me ging. Het bleek al gauw dat hij mij al die jaren vanaf een afstand had gevolgd. Ik kon heel veel aan hem kwijt. Hij luisterde, stelde vragen en gaf mij een paar goede adviezen. Na het gesprek wachtte mijn oud-collega mij op en vroeg hoe het was geweest. Ik voelde me gezien, antwoordde ik. De abt was oprecht in mij geïnteresseerd.
Soms wordt aan mij gevraagd hoe het is om blind te zijn. Ik vertel dan dat het enerzijds verschrikkelijk is, maar dat er anderzijds best mee te leven valt. Dat laatste is waar, maar dat lukt alleen als er mensen zijn die zien wat ik nodig heb en wat goed voor mij is. Je hoeft niet te kunnen zien om gelukkig te worden, als je maar gezien wordt. Dat geldt het meest voor kleine kinderen. Als die geen aandacht krijgen van hun ouders, gaat het mis. Hopelijk is er dan een buurvrouw, een tante of een onderwijzer die wel oog voor hen heeft. Daardoor komen ze dan weer op het goede spoor. Maar ook als je oud bent, blijft het belangrijk om gezien te worden, zeker als je je man of je vrouw hebt verloren. Lichamelijk of geestelijk ga je achteruit.
Wie heeft er dan nog oog voor je? Misschien willen je kinderen er voor je zijn, maar als je die niet hebt, wie kijkt er dan nog naar je om? Gezien worden, daar gaat het dus om in het leven. Als we oog hebben voor een ander, dan zijn we ziende. Kijken we niet naar elkaar om, dan zijn we blind. Op sommige momenten zullen we ziende zijn, op andere momenten blind. Dat geldt voor ons allemaal. Laten we proberen naar anderen om te kijken en laten we blijven hopen dat er mensen zijn die oog hebben voor ons. Als er mensen zijn die ons zien, krijgt ons leven de glans die nodig is om gelukkig te worden.